zondag 12 mei 2013

Negen: Beeldbrief


Vincent verkocht bijna alle foto’s die tentoongesteld werden. Toen we twee weken na de opening de kaders van de muren haalden en in een bestelbusje plaatsten, foeterde hij luidop. Hij had meer geld kunnen vragen.

Roos had met ons champagne gedronken. Geproost op en onder Vincents nietsontziende blik. Drie dagen later was ze naar Zuid-Frankrijk gelift met een paar vriendinnen. Ze zou terugkomen nadat ik op reis was vertrokken. Juli was van ons. Maar augustus was verdeeld, we kwamen elkaar slechts een paar keer op een kruispunt tegen.

Vincent en ik legden het debuut van Rage against the machine in de cd-lader, rolden een joint en vlogen flink in het bier.  Zoals steeds waren onze gesprekken karig. Ik zei dat het goed was gegaan. Vincent beaamde en zweeg. Ik ging verder. Dat het super was dat hij die modefotograaf had ontmoet, die hem gevraagd had om in de herfst mee naar Milaan te gaan. Vincent knikte zonder een spoor van triomf.

Plots keek hij me aan. Hij haalde een printje van Roos’ rug uit zijn rugzak en schoof dat over de tafel naar me heen. Ik zag hoe de rechterbovenhoek een biervlek opslorpte. Toen greep hij een pen. Of ik er op de achterkant iets bij wilde schrijven. Voor als ze terugkwam. In zijn naam, dus geen poëzie, dat was niks voor hem. Wat woorden voor de duidelijkheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten